De gouden handdruk - veranderingen op komst


Sinds 1 januari 2005 moet u als werkgever voor loonstamrechten en ontslaguitkeringen een extra heffing van 26 procent betalen indien deze ‘gouden handdruk’ gezien wordt als een Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU). Maar wanneer is dat het geval? Een recent besluit van staatssecretaris Wijn bracht meer duidelijkheid, maar is inmiddels weer opgeschort. Het lijkt wel een feuilleton… Wat is een RVU? Volgens de wettelijke definitie wordt onder een RVU verstaan: een regeling die (nagenoeg) uitsluitend ten doel heeft voorafgaand aan de pensioen- of AOW-datum te voorzien in één of meer uitkeringen ter overbrugging. Onduidelijkheid rond het besluit Rond het besluit over de stamrechten en ontslaguitkeringen bestond tot nu toe veel verwarring. Op 26 mei 2005 kwam de staatssecretaris van Financiën met een eerste instructie naar de belastinginspecteurs. Kennelijk was deze onvoldoende, want op 1 juni volgde al een persbericht met een nadere toelichting. Weer enkele dagen later, in een brief van 7 juni 2005, deelde de staatssecretaris mee het besluit van 26 mei 2005 voorlopig op te schorten. Het besluit wordt nu betrokken bij de discussie in de Tweede Kamer op 30 juni aanstaande over het SER-advies rond de WW en het ontslagrecht. De Belastingdienst heeft de opdracht gekregen tot dat moment geen extra heffing toe te passen op stamrechten en ontslagvergoedingen. Wat was de strekking van het besluit van 26 mei? Het besluit van 26 mei is weliswaar ingetrokken, maar wordt mogelijk binnenkort weer van kracht. Het geeft bovendien de zienswijze van het ministerie weer. De strekking was als volgt.Stamrechtregelingen die vóór de inwerkingtreding van het besluit zijn overeengekomen worden niet aangemerkt als RVU, mits de arbeidsovereenkomst uiterlijk 31 december 2005 is of wordt ontbonden. Evenmin is sprake van een RVU wanneer de uitkeringen eindigen op de dag dat de ex-werknemer 55 wordt, terwijl geen enkele uitkering hoger was dan 100 procent van het laatstgenoten loon. Dit is de zogenaamde 55-jaartoets. Indien niet wordt voldaan aan de 55-jaartoets, mag de 70 procent-toets worden toegepast. Die werkt als volgt. Op basis van een fictieve berekening wordt berekend hoe hoog de jaarlijkse uitkering (inclusief andere uitkeringen op basis van dezelfde dienstbetrekking zoals WW of VUT) zou zijn als deze ingaat na het beëindigen van de dienstbetrekking en eindigt uiterlijk op de eerste dag van de maand waarin de ex-werknemer 63 jaar wordt. Deze fictieve uitkering mag gemiddeld per jaar niet hoger zijn dan 70 procent van het laatstgenoten reguliere jaarloon. Wordt een stamrecht niet aangemerkt als een RVU, dan kan er door uitstel van de uitkering of het bijschrijven van rente een moment komen dat het stamrecht wel degelijk wordt aangemerkt als een RVU: dit is het geval wanneer niet meer wordt voldaan aan de 70 procent-toets. De uitvoerder van het stamrecht is vervolgens de extra heffing van 26 procent verschuldigd over de gehele uitkering.De staatssecretaris vindt dit laatste overigens een ongewenste situatie. Hij stelt voor de wettelijke regeling zo aan te passen, dat de uitvoerder gevrijwaard blijft van extra heffing voor zover de heffing op basis van een beschikking van de Belastingdienst achterwege is gebleven. In dit stadium is nog niet duidelijk of deze toezegging daadwerkelijk gaat leiden tot nieuwe regelgeving. Conclusie Op dit moment bestaat helaas nog geen duidelijkheid over de vraag of een gouden handdruk gaat leiden tot een extra heffing. Een beschikking van de inspecteur kan zekerheid verschaffen. Ook met een beschikking zal het echter nodig zijn continu te toetsen of de regeling een RVU is of niet.
Bron "De gouden handdruk - veranderingen op komst" : Algemeen

Hoofd index pagina van "De gouden handdruk - veranderingen op komst"


Tip: Overzicht beste nieuwe financiele sites van deze maand: beste nieuwe financiele sites
Origineel:
nl
Translate:
en
Traduire:
fr
Traduzca:
es
Переведите:
ru
Traduza:
pt
번역하십시요:
ko
翻訳しなさい:
jp
Traduca:
it
Μεταφράστε:
el
Übersetzen:
de
翻译:
zc
翻譯:
zt