Zorgstelsel
Het huidige stelsel van zorgverzekeringen in NederlandGoede gezondheidszorg is een grondwettelijk recht. Om de inwoners van Nederland deze zorg te kunnen bieden bemoeit de overheid zich actief met de wetgeving en financiering van de zorg. Ook speelt de overheid een belangrijke rol bij de instandhouding van een kwalitatief hoogwaardige zorg, die toegankelijk en bereikbaar is voor alle Nederlanders. Op grond van een aantal wetten zijn verzekeringspakketten vastgesteld. Premies en inhoud hiervan zijn eveneens wettelijk bepaald. Dit zijn de publiekrechtelijke verzekeringen. Daarnaast bestaan er ook privaatrechtelijke ziektekostenverzekeringen, doorgaans particuliere verzekeringen genoemd. Gemengd stelselDe financiering van de medische zorg gebeurt in een gemengd stelsel van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke verzekeringen. Het stelsel is daarbij ingedeeld in drie compartimenten. Het eerste compartiment: zware medische risico's, verzekerd in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Het tweede compartiment: min of meer normale medische zorg, gefinancierd door de Ziekenfondswet, de Wet op de Toegang tot Ziektekostenverzekeringen (WTZ) en de particuliere verzekering. Het derde compartiment: de minder noodzakelijke vormen van zorg, gedekt door aanvullende (particuliere) verzekeringen. Het eerste compartimentDe AWBZ - ingevoerd in 1968 - is in het leven geroepen om alle inwoners van Nederland te verzekeren tegen zware medische risico's. Het gaat om risico's die op individuele basis niet op te brengen zouden zijn, vooral omdat het in veel gevallen chronische aandoeningen betreft. Samengevat gaat het om zaken als verpleeghuiszorg, gehandicaptenzorg, thuiszorg, geestelijke gezondheidszorg en dergelijke. De AWBZ is een volksverzekering, wat betekent dat alle inwoners van Nederland verplicht zijn erin deel te nemen.Het tweede compartiment: ziekenfondswetIn 1941 kwam, onder druk van de Duitse bezetter, het Ziekenfondsenbesluit tot stand. Werknemers en hun gezinsleden waren vanaf dat moment verplicht verzekerd tegen ziektekosten. Tussen 1941 en 1966 werd het verzekerde pakket geleidelijk uitgebreid, en kwamen ook niet-werknemers zoals bejaarden onder de wet te vallen. Pas in de Ziekenfondswet uit 1966 werden de vele besluiten en beschikkingen tot een eenheid gesmeed. Inmiddels heeft deze wet de nodige aanpassingen ondergaan.Via de Ziekenfondswet zijn verplicht verzekerd werknemers met een inkomen onder de loongrens (voor 2002 vastgesteld op € 30.700), hun (niet-verdienende) partners en kinderen, personen boven 65 jaar (met een inkomen tot € 19.550), ontvangers van sociale uitkeringen en zelfstandige ondernemers en hun (niet-verdienende) partners en kinderen, met een inkomen tot € 19.650. Ongeveer 63 procent van de Nederlandse bevolking is verzekerd via het ziekenfonds. Verzekerd is de elementaire medische zorg, zoals huisartsen- en specialistenhulp, ziekenhuisopname, medicijnen, fysiotherapie en tandartshulp voor kinderen. De premie is grotendeels afhankelijk van het inkomen; slechts een klein deel van de premie wordt vastgesteld door de zorgverzekeraar (de nominale premie).Tweede compartiment: particuliere ziektekostenverzekeringenNaast de Ziekenfondswet bevinden zich in het tweede compartiment de particuliere ziektekostenverzekeringen. Een deel van de particuliere verzekerden is verzekerd op basis van de Wet op de Toegang Ziektekostenverzekeringen (WTZ). Deze garandeert niet-ziekenfondsverzekerden het recht op een standaardpakket. Dit pakket stemt in grote lijnen overeen met het ziekenfondspakket. Naast een nominale premie betalen particulier verzekerden wettelijke solidariteitsheffingen: een WTZ-toeslag en de zogenoemde MOOZ. MOOZ staat voor de wet Medefinanciering Oververtegenwoordiging Oudere Ziekenfondsverzekerden. Omdat het aantal ouderen in de Ziekenfondswet veel groter is dan in de particuliere verzekering tracht de overheid dit via deze wet te compenseren.Tweede compartiment: ambtenarenregelingenTot slot vallen ook de zogenaamde ambtenarenregelingen onder het tweede compartiment. Deze regelingen komen voort uit respectievelijk de Ambtenarenwet en de Politiewet. Zij zijn ondergebracht in de IZA (Instituut Zorgverzekering Ambtenaren; voor ambtenaren in gemeentelijke dienst), IZR (Interprovinciale ziektekostenregeling; voor ambtenaren bij de provincie) en DGVP (Dienst Geneeskundige Verzekering Politie). In totaal vallen zo'n 800.000 personen onder één van deze regelingen. De drie zorgver-zekeraars zijn verenigd in het Kontaktorgaan Publieke Zorgverzekeraars KPZ. Zij maken geen onderdeel uit van Zorgverzekeraars Nederland. Het derde compartimentHet derde compartiment ten slotte wordt gevormd door de aanvullende verzekeringen, die men vrijwillig en in aanvulling op de ziekenfondsverzekering of de standaardpakketpolis kan afsluiten. De inhoud van deze pakketten varieert sterk, evenals de premie en het eventuele eigen risico. bron: Zorgverzekeraars Nederland
Bron "Zorgstelsel" : Algemeen
Hoofd index pagina van "Zorgstelsel"
|
|
|
|