Kent u de successierechtelijke gevolgen van uw overlijdensrisicoverzekering?
Als u een hypotheek afsluit, is daaraan vaak een overlijdensrisicoverzekering gekoppeld. Die zorgt ervoor dat de verzekering uitkeert en de geldlening (deels) wordt afgelost als de verzekerde tijdens de looptijd van de lening overlijdt. Wat de successierechtelijke gevolgen zijn hangt mede af van de begunstigde op de polis. Dit kan namelijk de bank zijn of de langstlevende partner, financieel gezien maakt dat nogal wat uit. Verpanding: aan wie? Voor het successierecht kan het verschil uitmaken of er sprake is van een verpanding van de polis aan de bank of van een weduwe- of partnerverklaring (een verklaring van de langstlevende partner, die als eerste begunstigde is benoemd). Optie 1: de bank als begunstigde Wordt de polis aan de bank verpand, dan wijst deze zichzelf aan als eerste begunstigde. Deze gang van zaken verkleint de schuld, omdat de geldlening bij overlijden direct (deels) wordt afgelost uit de verzekering. Hierdoor profiteren alle erfgenamen (langstlevende partner en kinderen) van een grotere nalatenschap. Optie 2: de langstlevende als begunstigde Wordt de polis niet aan de bank verpand, dan zal de langstlevende vaak als eerste begunstigde zijn benoemd. De bank verlangt dan een zogenoemde weduwe- of partnerverklaring. In dat geval mag de bank de verzekeringsuitkering innen en uitkeren aan de langstlevende. Voor zover de hypotheek met de verzekeringsuitkering wordt afgelost, krijgt de langstlevende een vordering op de nalatenschap. De verzekeringsuitkering heeft dan geen invloed op de omvang van de nalatenschap. Rekenvoorbeeld Een man en een vrouw zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en hebben twee kinderen. Ze bezitten een huis ter waarde van 360.000 euro, met een hypotheekschuld van 180.000 euro. Deze schuld is bij overlijden van een van beide echtelieden geheel gedekt door een levensverzekering. Stel dat de polis is verpand aan de bank. In dat geval bestaat de nalatenschap bij overlijden van de man uit de helft van de waarde van de eigen woning ofwel 180.000 euro. De vrouw en twee kinderen erven elk eenderde, dus ieder 60.000 euro. De kinderen dienen hierover elk 4.833 euro aan successierechten te betalen. De langstlevende is niets verschuldigd want haar verkrijging valt geheel binnen de partnervrijstelling van 503.237 euro. De totale som aan successierechten bedraagt dus 9.666 euro. Stel dat er sprake is van een partnerverklaring. In dat geval bedraagt de nalatenschap bij overlijden van de man 90.000 euro, namelijk de helft van de waarde van de eigen woning (180.000 euro) minus de helft van de waarde van de hypotheekschuld (90.000 euro). De vrouw en de twee kinderen erven elk eenderde, dus ieder 30.000 euro. Daarnaast ontvangt de vrouw de uitkering uit de verzekering ter waarde van 180.000 euro. Die uitkering is vanwege het huwelijksgoederenregime ook belast met successierecht. De kinderen zijn elk 1.754 euro aan successierechten verschuldigd. De verkrijging van de vrouw (30.000 euro plus 180.000 euro = 210.000 euro) valt geheel binnen haar vrijstelling, dus zij is hierover geen successierecht verschuldigd. De besparing van het successierecht bedraagt in dit geval dus 6.158 euro (namelijk 9.666 euro minus 3.508 euro (zijnde tweemaal 1.754 euro). Advies Het rekenvoorbeeld lijkt aan te geven dat een partnerverklaring interessanter is dan verpanding aan de bank. Welke optie voor u uiteindelijk successierechtelijk voordeliger is, is echter niet zo eenvoudig aan te geven. Dit hangt namelijk af van verschillende factoren, zoals de omvang van de nalatenschap en de uitkering, de aanwezige testamenten en het huwelijksgoederenregime. Laat u dus goed voorlichten door een van onze deskundigen.
Bron "Kent u de successierechtelijke gevolgen van uw overlijdensrisicoverzekering?" : Algemeen
Hoofd index pagina van "Kent u de successierechtelijke gevolgen van uw overlijdensrisicoverzekering?"
|
|
|
|