'Scholieren lenen en krijgen te makkelijk geld'
Uitgegeven: 1 december 2004 12:05
UTRECHT - Voor ruim eenvijfde (22 procent) van de middelbare
scholieren is geld lenen de normaalste zaak van de wereld.
Gemiddeld staan jongeren tussen de 12 en 18 jaar voor 77 euro in
het krijt bij anderen en dan meestal bij vrienden of ouders.
Dat blijkt uit een onderzoek van het Nationaal Instituut voor
Budgetvoorlichting (Nibud) onder 5500 scholieren dat woensdag is
gepresenteerd op het Vader Rijn College in Utrecht.
Het Nibud noemt het zorgelijk dat scholieren zo makkelijk extra
geld lenen en ook krijgen. Zo wijst het instituut erop dat
'slechts' 6 procent van de ouders nee zegt tegen hun geldvragende
kinderen. Volgens het Nibud is het makkelijk geld lenen en krijgen,
een van de oorzaken voor de alsmaar groeiende groep jongeren die
bij de schuldhulpverleningsbureaus aankloppen.
Volgens het Nibud is het belangrijk dat scholieren leren 'dat
als het geld op is, het geld ook echt op is'. Het instituut heeft
dan ook, mede op initiatief van de gemeenten Utrecht, Rotterdam en
Amsterdam een speciaal lesprogramma ontwikkeld. Ook het ministerie
van Sociale Zaken is vorige week een campagne 'jongeren en
schulden' begonnen.
Scholieren op het vmbo lenen aanzienlijk vaker dan leerlingen op
havo of vwo. Een op de vier vmbo'ers leent wel eens. In de
onderbouw van havo en vwo is dat ook nog 23 procent, maar in de
hogere klassen zakt dit naar respectievelijk 18 en 14 procent.
Naast de schulden die de scholieren opbouwen, zegt 8 procent van
de ondervraagden iets op afbetaling te hebben gekocht. Gemiddeld
moeten deze jongeren 180 euro afbetalen. Ook heeft 4 procent van de
leerlingen nog een rekening openstaan van gemiddeld 147 euro. 'De
pubers lenen vooral voor snoep en snacks, daarna voor kleding en de
mobiele telefoon', aldus het Nibud. Vmbo-leerlingen zeggen vaker
voor de mobiele telefoon te lenen dan de andere scholieren.
Dit is het achtste onderzoek dat het Nibud sinds 1984 onder
scholieren heeft gehouden. Het instituut constateert dat jongeren
net als hun ouders last hebben van de economische tegenwind. In
vergelijking met het vorige onderzoek twee jaar geleden, blijkt het
inkomen van jongeren nauwelijks gestegen. Nu heeft een scholier
gemiddeld 115 euro per maand te besteden, tegen 113 euro in 2002.
Ook zijn de inkomsten uit baantjes iets gedaald. Dat wordt
volgens het Nibud gecompenseerd door hun ouders. Gemiddeld krijgen
negen van de tien scholieren geld van hun ouders. Jongens krijgen
per maand 45 euro en meisjes 51 euro. Jongens verdienen weer meer
geld met hun baantje (154 euro per maand) dan werkende meisjes (116
euro).
Verder groeit de groep jongeren zonder spaargeld. Twee jaar
geleden zei 5 procent van de scholieren geen spaarcenten te hebben.
Dat is nu bijna verdubbeld naar 9 procent. Volgens het Nibud leggen
minders ouders en grootouders geld apart voor hun kinderen, terwijl
juist meer leerlingen zijn gaan sparen. Ruim driekwart (77 procent)
van de jongeren spaart, tegen 71 procent twee jaar geleden. Het
gemiddelde bedrag dat iedere maand opzij wordt gelegd, is wel
gedaald van 38 euro naar 34 euro.
(c) ANP
Bron "'Scholieren lenen en krijgen te makkelijk geld'" : nu.nl
Hoofd index pagina van "'Scholieren lenen en krijgen te makkelijk geld'"
|
|
|
|