Weinig budget, toch een huis
AMSTERDAM -
Volgens schattingen van het ministerie van VROM telt Nederland ruim 770.000
potentiële koopstarters. Deze starters willen best verhuizen van een huur-
naar een koopwoning, maar durven de stap niet te zetten omdat er te weinig
betaalbare koopwoningen zijn. Voor hen lijken regelingen als de
starterslening uitkomst te bieden. Volgens de Vereniging Eigen Huis (VEH)
verdienen starters op de koopwoningenmarkt echter veel meer steun.
De starterslening wordt door ruim 50 gemeenten beschikbaar gesteld.
Financieringen tot 240.000 euro, dus binnen de Nationale Hypotheek
Garantie-norm, komen hiervoor in aanmerking. Het gaat hier om een renteloze
lening waarmee de starter het verschil kan financieren tussen wat hij kan en
wat hij moet betalen. Kost een huis bijvoorbeeld 150.000 en kan de starter
maar 120.000 euro ophoesten, dan kan de gemeente het verschil als extra
lening verstrekken. Deze is renteloos en de eerste drie jaar aflossingsvrij.
„Daarna wordt voor eveneens een periode van drie jaar bekeken wat de koper
op basis van zijn inkomen wel kan missen”, legt Arjan Westerneng van de
Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVn)
uit. „Zolang het inkomen van de koper niet toereikend is om de totale lasten
te dragen, heeft hij geen kosten aan de starterslening, maar bedoeling is
dat hij na verloop van tijd uit de regeling groeit.”
Een prachtige oplossing, zo lijkt het. Toch heeft de SVn sinds de regeling
twee jaar geleden werd geïntroduceerd slechts 450 leningen verstrekt. Een
puur logistiek probleem, zo legt Westerneng uit: „De vraag vanuit de
startershoek is enorm. Het probleem is alleen dat er in de korte tijd dat de
lening bestaat, te weinig budget is opgebouwd om aan de vraag te voldoen.”
De SVn heeft hier ook geen invloed op; gemeenten bepalen zelf hoeveel budget
ze beschikbaar stellen.
Ook is op slechts een selectief deel van de woningvoorraad de starterslening
van toepassing, omdat gemeenten zelf vaststellen welke bouwprojecten en
vernieuwinggebieden in aanmerking komen. Daarnaast moeten de kopers ook nog
aan voorwaarden als een bepaalde leeftijd (per gemeente verschillend),
inkomen en binding met de stad voldoen. Bij het gemeenteloket kunnen
starters nagaan op welke projecten binnen hun gemeente de lening van
toepassing is en of ze in aanmerking komen.
Opvallend is dat de voorwaarden die gemeenten stellen onderling sterk
verschillen. Westerneng: „Soms zijn de regels bewust zo strikt geformuleerd
dat maar weinig mensen voor de lening in aanmerking komen.” Directeur Elly
van der Sluis voegt toe: „De praktijk heeft echter bewezen dat dit product
qua vorm en techniek werkt. Inmiddels doen 50 gemeenten mee, terwijl het
onze doelstelling was om na een jaar 25 gemeenten in onze portefeuille te
hebben. Natuurlijk zou het erg mooi zijn wanneer alle 470 gemeenten meedoen
en deze maatwerkregeling ook landelijk gevolg krijgt, met (financiele) steun
van VROM. Wij zijn hierover in gesprek met het ministerie.”
De VEH is minder enthousiast over de starterslening. Nico Stolwijk, manager
Collectief Ledenbelang: „Tot nu toe blijken de startersleningen een druppel
op de gloeiende plaat: 450 leningen in twee jaar geeft de betekenis voor de
Nederlandse woningmarkt helder weer. Hoewel de starterslening als regeling
nog niet zo gek in elkaar steekt en ermee ingespeeld kan worden op de lokale
woningmarkt, breekt het gebrek aan geld de lening op.”
Volgens de VEH dient, in aanvulling op de startersleningen op gemeentelijk
niveau, een nieuwe landelijke regeling te komen waarvan koopstarters tot een
modaal inkomen kunnen profiteren. Stolwijk: „Naast de gewone maximale
lening, zouden deze huishoudens, binnen afgesproken grenzen, een leningdeel
moeten kunnen sluiten dat hun leencapaciteit te boven gaat en waarvan de
lasten volledig worden betaald uit een rentesubsidie.”
Daarnaast moet de starterslening als product meer bekendheid verwerven. In
de informatie rondom een project of woning moet de mogelijkheid van de
lening duidelijk staan aangegeven. „En omdat de lening gekoppeld is aan de
Nationale Hypotheek Garantie (NHG), zou het slim zijn om de Stichting
Waarborgfonds Eigen Woningen aan te wijzen als centraal instituut van de
leningsvorm”, besluit Bob Maas van de VEH.
Meer weten? Kijk op
www.eigenhuis.nl / startersleningen of
www.svn.nl
Onderzoek Vereniging Eigen Huis
Binnenkort wordt de starterslening geëvalueerd. De Vereniging Eigen Huis
ging alvast zelf op onderzoek uit en kwam tot de volgende bevindingen: - Het
maximale leenbedrag varieert van € 24.000 (Westland) tot € 50.000 (andere
gemeenten). - Het gemiddelde leningbedrag bedraagt ongeveer € 34.500. - 50%
van de gemeenten kiest voor een generieke inzet (daarbij kan wel onderscheid
gemaakt worden tussen bestaande bouw en nieuwbouw), in de andere gevallen is
er sprake van projectmatige inzet. Daarbij worden nieuwbouwprojecten of
wijkvernieuwingsgebieden aangewezen die in aanmerking komen voor een
starterslening. - 60% van de gemeenten zet de Starterslening alleen in voor
nieuwbouwprojecten. - De hoogte van het budget varieert sterk per gemeente.
Dit loopt van € 125.000 (Steenbergen) op tot € 5.000.000 (Eindhoven). - In
alle gevallen dient de aanvrager woonachtig te zijn binnen de gemeente waar
de aankoop plaats vindt. Hierbij geldt dat de aanvrager minimaal één tot zes
jaar woonachtig moet zijn binnen de gemeente. - 30% van de gemeenten heeft
een maximale leeftijdsgrens verbonden aan de regeling. - De maximale
verkrijgkosten variëren van € 135.000 (Almere) tot € 230.000 (meerdere
gemeenten). - 50% van de gemeenten heeft ervoor gekozen om inkomensgrenzen
op te nemen. - Deze inkomensgrenzen variëren van € 30.000
(Wester-Koggenland) tot € 52.000 (Gemert-Bakel). - Van alle leningen komt
ongeveer 25% voor rekening van de gemeente Almere.
Andere regelingen voor starters
Kopers met een huis waarbij de financiering niet boven de € 240.000 uitkomt,
komen in aanmerking voor de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) van de
Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen. Zij staat – onder strikte
voorwaarden! – garant bij eventuele betalingsproblemen. Omdat de bank
hierdoor minder risico loopt, geeft hij de consument een rentekorting.
Mensen met een laag inkomen kunnen ook aanspraak maken op koopsubsidie. Bij
koopsubsidie krijgt u maandelijks een tegemoetkoming in de hypotheeklasten.
Deze bijdrage kan oplopen tot maximaal € 168,14 per maand. Let wel: wegens
tegenvallende resultaten zal de koopsubsidie per 1 januari 2006 komen te
vervallen.
Bron "Weinig budget, toch een huis" : telegraaf
Hoofd index pagina van "Weinig budget, toch een huis"
|
|
|
|