Belgisch striptalent smoort elkaar in de kiem
BRUSSEL - België ziet zichzelf graag als de bakermat van het stripverhaal. Het land
heeft hogescholen voor striptekenaars, er is een stripmuseum en strips zijn
zelfs het voorwerp van wetenschappelijke verhandelingen. Waar blijven dan
toch de opvolgers van Kuifje, Lucky Luke en Guust Flater?
Aan striptekenaars in spe geen gebrek in België. Jaarlijks schrijven zich
rond de vijftig eerstejaars in bij de gespecialiseerde scholen. Het
resultaat van die opleidingdrift is te zien in de boekhandel. Tussen de
drie- en vierhonderd nieuwe albums verschenen het afgelopen jaar in België,
een absoluut record. Gemeten naar het aantal titels per inwoner is het land
daarmee nummer één in de wereld.
Voor de beginnende tekenaar is die ruime keuze een ramp, legt Pascal Lefèvre
uit. Hij is oprichter van de eerste Nederlandstalige vakopleiding voor
striptekenaars, Sint-Lukas in Brussel. "Het startniveau tegenwoordig is
zo hoog en de concurrentie is zo fel, dat je je direct moet kunnen bewijzen."
Willem De Graeve, adjunct-directeur van het Belgisch Centrum van het
Beeldverhaal (het stripmuseum) in Brussel, is nog pessimistischer. "De
eisen liggen zo hoog voor die verhalen, dat je het kunt vergeten als je een
kans mist. Ik geloof dat er elke dag een nieuwe strip verschijnt in België
en dat is te veel. Het maakt het te moeilijk voor jonge tekenaars om zich te
lanceren."
De Graeve herinnert eraan dat de eerste albums van de oude meesters niet
meteen een daverend succes waren. "Hergé van Kuifje heeft er jaren over
gedaan om zijn uiteindelijke stijl te bereiken." Beide specialisten
achten de kans dat de nieuwe lichting tekenaars het zover schopt als vroeger
Franquìn (Guust) of Morris (Lucky Luke) nihil.
Grote uitgevers als Dupuis (Robbedoes, Guust) en Standaard Uitgeverij (Suske
en Wiske, Nero) hebben de goede cartoonisten voor het uitzoeken. Uitgevers
zetten tekenaars die zich niet snel genoeg waarmaken opzij. Zo kreeg de
tekenaar van Suske en Wiske, Marc Verhaegen, een maand geleden ontslag.
Auteurs moeten hun geld opbrengen en graag een beetje snel. Liever
herlanceren de uitgevers oude maar bewezen successen als Robbedoes, Kuifje
en de Smurfen dan geld en tijd te investeren in een jonge hond die zich nog
niet heeft bewezen.
De tijd dat albums oplages bereikten van een half miljoen is al lang
voorbij. Over de toekomst van het stripverhaal zijn de deskundigen echter
onverdeeld optimistisch. "Strips zijn hun monopolie van vroeger een
beetje kwijt door de opkomst van nieuwe vrijetijdsbestedingen zoals de tv en
computer, maar ga een gemiddeld huisgezin binnen en je vindt er strips"
, aldus Lefèvre.
Hij denkt wel dat de verschijningsvorm verandert. "Het kan niet meer
dat een strip als ding op zichzelf verschijnt, het zal gepaard gaan met een
film en andere merchandising. Dat zie je ook in Japan waar de wereld van
film en 'manga' (tekenfilmpjes) met elkaar verweven zijn." Pokémon en
langer geleden de 'Turtles' zijn daar een voorbeeld van.
Maar niet getreurd, want ook voor het ouderwetse verhalende stripboek à la
Kuifje is het volgens Lefèvre nog niet te laat: "Als je voldoende
verhalen kunt maken is er een toekomst voor het klassieke album. Maar goede
vertellers zijn moeilijker te vinden dan goede tekenaars."
Lefèvre, zelf aan de universiteit gepromoveerd op Suske en Wiske, strijdt
voor de erkenning van het beeldverhaal als volwassen kunstvorm. "In
Nederland en Vlaanderen worden strips nog te veel als een kinderding gezien.
"
Bron "Belgisch striptalent smoort elkaar in de kiem" : telegraaf
Hoofd index pagina van "Belgisch striptalent smoort elkaar in de kiem"
|
|
|
|